Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

PHEND0111_0112_30585 - Resten bleven tussen de tanden zitten

Een sage (mondeling), 1959

Hoofdtekst

Resten bleven in de tanden zitten.Te Sint-Lievens Esse, juist buiten de gemeente ligt er een groot boerenhof “’t Hof te Welle”. Er werkten daar vroeger een meisken of vijf en twee knechten. Alles ging goed tot in den tijd dat het graan lang werd. Van toen af werden de meiskes iederen avond als ze naar huis gingen door ne kledden overvallen en elk op toer moesten ze hem nen eind dragen. Ze vertelden dat aan de bazin van het hof en die kreeg wantrouwen in één van die knechten. Het was ne goeie mens maar hij kwam iederen avond als hij geëten had na het gebed binnen. Dan haastte hij zich mee zijn eten en hij was buiten voor er weer gelezen werd (gebeden). De bazin zei natuurlijk niet tegen het vrouwvolk om hen geen schrik aan te jagen. Maar op ne zekeren dag zei ze tegen de meiskens: “Ik heb horen zeggen dat als ge ne kledden tegen komt en ge werpt nen doek over het hoofd dat hij dan niets kan doen voordat hij al die draadjes uit den doek gepluisd heeft. Ik heb hier ne zijden doek, die draden zijn wreed (zeer) fijn geweven, hij zal daar lang werk mee hebben.”Die avond kwam kledden weer en ze smeten hem den halsdoek over zijne kop en op slag liep hij weg. ’s Anderdaags kwam de knecht veel te laat op zijn werk, hij zag er slaperig uit en zijn mond zat vol draadjes.De vrouw nam het loon dat hij nog tegoed had en ze zei: “Hier is uw geld en ge kunt er goed voor zorgen dat ge u hier nooit niemeer laat zien!” De man nam zijn geld aan en hij vertrok zonder een woord te zeggen.

Onderwerp

SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.    SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   

Beschrijving

Op een boerderij in Sint-Lievens-Esse werkten vijf meiden en twee knechten. In de tijd dat het graan hoog stond, werden de meiden iedere avond op hun weg naar huis overvallen door kledde, die zich liet dragen. Toen de meiden dat aan de boerin vertelden, verdacht deze laatste één van de knechten. Die knecht kwam iedere avond na het gebed binnen om snel te eten en daarna weer te vertrekken nog vóór men het tweede gebed had gebeden. Op een dag vertelde de boerin aan haar meiden: “Ik heb gehoord dat je een doek over kleddes hoofd moet gooien omdat hij dan niets kan doen vooraleer hij die doek helemaal heeft uitgerafeld”. De boerin gaf de meiden een zijden doek waarvan het weefsel zeer fijn was. Toen de knecht de volgende ochtend op zijn werk verscheen, zag hij er slaperig uit en had hij de draden van de doek tussen zijn tanden. Zodra de boerin dat zag, betaalde ze de knecht uit en zond hem weg.

Bron

P. Henderickx, Leuven, 1959

Commentaar

1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (tussen schelde en dender)
85
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Erondegem    Erondegem   

Plaats van Handelen

Sint-Lievens-Esse    Sint-Lievens-Esse