Hoofdtekst
Kettinggerammel. Ons vader hoorde alzo ne keer nen nacht lawijt van ketens, altijd voort ketens die rammelden en als hij 's nuchtings opstond was hij heel en gans grijs en aan ieder haarke hing er een druppel zweet.Jamaar. dat is waar zulle dat hij op enen nacht heel grijs was en dat was juist van vreze.
Beschrijving
Een man hoorde op een nacht lawaai van rammelende kettingen. Toen de man de volgende ochtend opstond, waren zijn haren helemaal grijs geworden en hing er aan ieder haartje een zweetdruppel.
Bron
S. Bohez, Leuven, 1956
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (tussen leie en schelde)
71
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Petegem   
