Hoofdtekst
De mans (= mannen) waren zichten 's zaterdags 's avonds tot twalef uren, langer nie, dan was het zondag, dan hoorde zje de klokslag van Millen. Mè, het schoonste van al!... om twalef uren kwam een kat op de zich(t) en dan moesten ze uitscheien of ze wilden of nie!
Beschrijving
De boeren bleven op zaterdagavond tot middernacht in het veld om te maaien. Om klokslag twaalf uur, kwam er een kat op de zeis zitten, zodat de boeren wel moesten ophouden. Het was immers zondag geworden.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (tongeren en omstreken)
300
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mal   
