Hoofdtekst
Lucie Merlevee van Hooglee, z’had e kind van veertien maanden oed. En dat kind schreeuwde dag en nacht. En ze kocht nog een en dat wos ook zuk e deerlijk schaap. En mijn moeder ee dormee nor de paters geweest nor Roeselare met olle twee die joengens, vaneigens een met e keer. En olle twee had ze ze dood were mee. En o ze toen nog e keer in posische wos, ee moeder toen meegegon nor Dulgemonde, dat is Vrankrijk. En dat wos toen e goed kind dat ze kochte.
Beschrijving
Een vrouw uit Hooglede had een kind van veertien maanden, dat dag en nacht huilde. Ook het tweede kind dat het meisje kreeg, was niet gezond. Een kennis uit het dorp is met die kinderen naar Roeselare geweest. Op haar terugweg waren beide kindjes echter dood. Toen de vrouw opnieuw zwanger was, is die kennis met haar naar Dulgemonde in Frankrijk geweest. Het kindje dat daarna werd geboren, bleef wel leven.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (vrijbos)
191M
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Lucie Merlevee   
Naam Locatie in Tekst
Hooglede   
Plaats van Handelen
Hooglede   
Dulgemonde   
Roeselare   
