Hoofdtekst
De 'Villers van de Bollebereg', dat was een soort Bokkerijers, die woonden doa. Die hadden altijd hon(den) bij, en de gendäremen konden nooit aan hen. Doa kwam eens ene aan de deur, en de meid zei: 'gaat maar rap a(ch)ter de deur in', want die maakten de minse kapot. Op 't leste hebben ze ze toch gepak(t).
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
De Villers van de Bolleberg was een bende zoals de bokkenrijders. Het waren rovers die rondtrokken met honden en mensen vermoordden.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (tongeren en omstreken)
1119
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Villers van de Bolleberg   
Naam Locatie in Tekst
Vechmaal   
Plaats van Handelen
Bolleberg   
