Hoofdtekst
2I Zo zette er een man een kruis bij mij en dat kruis dat noemden ze een duvelskruis. En die man die zei tegen mij: "Als je durft onder dat kruis komen, dan ben je kapot." "Ik niet, maar jij," dat heb ik zo driemaal gezegd en daarmee was ons gesprek gedaan. Maar de dag, de avond daarvoor, was ik met zout en wijwater naar dat kruis geweest en ik had dat daar aangebracht. Maar het zout kwam de eerste keren terug, maar ik heb het gedaan tot het erop bleef liggen. Nu was ik mijn hooi aan het keren en die slechte persoon die kwam afgelopen en die kwam op het kruis af. En hij wilde het kruis vastnemen en door op het zout te staan en met dat wijwater heeft die dat moeten lossen. En die was op een, twee, drie wel dertig, veertig meter terug. En die heeft sindsdien mij altijd gerust gelaten.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een man zette een duivelskruis naast een boer en zei: "Als jij onder dat kruis durft te komen, dan ben je dood". Daarop antwoordde de man driemaal: "Ik niet, maar jij". 's Avonds ging de boer naar het kruis en legde er zout en wijwater op. Toen de boer overdag zijn hooi aan het keren was, zag hij die slechte man aankomen. De man wilde het kruis vastnemen, maar door het zout en het wijwater moest hij het loslaten en week hij in één klap wel dertig of veertig meter achteruit.
Bron
T. Bergen, Leuven, 2003
Commentaar
2.2 Tovenaars
vlaams-brabants (groot-aarschot)
2I
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Rillaar   

