Hoofdtekst
Bostoen zijn vaders vadre was ne snijer. Ewel hij reed te peirde van ’t een boerenhof naar ’t andre, eh ja, ’t en bestonden geen vélo’s in de jaren 80, 90 is da meer opgekomen. Dat dienen Bostoen aan ’t Leegtje brugge kwam mee zijn peird en dat hij ’t er nie over en krege. En hij gaat van zijn peird en hij doet zijn kapotte af en sloeg erop bij (met) ne stok. En de Zondag nadien de die die ’t hem aangedaan had reed in Moerkerke op nen beer (mannel. zwijn) te peirde bij de kodde (staart) in zijn hand.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een kleermaker die van de ene boerderij naar de andere reed, moest halt houden bij een brug omdat zijn paarden er niet overheen konden. De man die de kleermaker dat had aangedaan, reed de volgende zondag in Moerkerke op een varken met de staart in zijn hand.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
410
Vóór 1880
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Maldegem   
Plaats van Handelen
Moerkerke   
