Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MDREE0270_0270_2489 - Aan "Heksebetje" in Overrepen blijven de heksen staan

Een sage (mondeling), 1967

Hoofdtekst

'Heksebetje' woonde met haar broer doa op den draai noa Colmo(n)t. - Ziet zje dat pjaad (= paard) lopen?... Wel doa. - Doa bleven de pjaad (= paarden) altijd staan van de voerman. Ene van Zepperen kwam bij hem wonen en die ze(g)t: 'doa gaat zje e speel aan de hand hebben!' - 'Wat zou het!' zei de voerman, en he ging, mè ze pjaad bleef staan aan 'Heksebetsje'. Mè hij stak met e mes in de dom van de kar en binnes begon de heks te kièke (= schreeuwen) zo hel (= hard) as ze kon. Sind(s) he(ef)t ze hem niemee aangehouden.

Onderwerp

SINSAG 0534 - Die dreizehnte Speiche    SINSAG 0534 - Die dreizehnte Speiche   

Beschrijving

Bij de bocht naar Colmont bleven de paarden van de voerman altijd staan. Heksebetje woonde daar immers. Een man uit Zepperen werd door de voerman gewaarschuwd: "Je zal niet voorbij die plaats geraken!" De koppige man vertrok echter toch met paard en kar. Bij de bocht naar Colmont bleef de kar inderdaad stilstaan. Daarop stak de man met een mes in de as van het wiel, waarna hij de heks in haar huis hoorde schreeuwen van de pijn. Sindsdien heeft de heks geen enkele kar meer tegengehouden.

Bron

M. Dreezen, Leuven, 1967

Commentaar

2.1 Heksen
limburgs (tongeren en omstreken)
742
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Heksebetje    Heksebetje   

Naam Locatie in Tekst

Overrepen    Overrepen   

Plaats van Handelen

Colmont    Colmont