Hoofdtekst
Den 'aa Henkes' was aan 't zichten en he had doa nog ene hoek staan en doa kwam een kat neven hem 'miauw, miauw' en die kat maar 'miauw, miauw!' - 'Ja, ich moet toch dien hoek afkrijgen, zeiter, het kan zijn wa 't wilt,'wor, en de kat zei altijd 'miauw, miauw, miauw', wor, en hij houwde met de zich(t) door de kat en doa waren misschien vijfentwintig katten rond hem! en de zweet liep van zijne kop af, mijne lieve man! Mè, sinds Sint-Jans-Evangelie is dat allemaal voorbij.
Onderwerp
SINSAG 0604 - Die vermehrten Katzen
  
Beschrijving
De oude Henkes was bijna klaar met het maaien van zijn veld. De man besloot om nog even door te werken, toen er plots een miauwende kat naast hem stond. Omdat de kat hem ergerde, sloeg de man naar het dier. Het volgende ogenblik stonden er wel vijfentwintig katten op het veld.
Sinds het Sint-Jansevangelie bestaat dergelijk kwaad gelukkig niet meer.
Sinds het Sint-Jansevangelie bestaat dergelijk kwaad gelukkig niet meer.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (tongeren en omstreken)
299 (1)
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Henkes   
Sint-Jansevangelie   
Naam Locatie in Tekst
Millen   
