Hoofdtekst
Dat heb ik altijd horen zeggen. De weerwolf zegden ze, wor. Dat was ene man met een knufke (= bultenaar) zo 't scheen, en die trok een vel aan van een weerwolf. En die ging dan overal zo zitten, hier en daar om de mensen schrik aan te jagen. En ik heb daar vanzeleven eens horen van vertellen dat hij eens op een plaats, dat ze eens op een plaats uitkwamen. Daar stond een baggemand (= biggenkooi) op de - vroeger heetten ze dat 'de neere', gij zult dat ook niet meer weten, dat was een grote plaats eer ge het huis inkwaamt - , daar stond een baggemand en ik weet niet wie daar uitging en toen sprong daar iets uit die baggemand en ze keken en dat was de weerwolf.
Beschrijving
Een weerwolf was een bultenaar die met een dierenvel rondliep om de mensen bang te maken. Op een dag sprong er op een boerderij een weerwolf uit een biggenkooi.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
1.6 Weerwolven
midden-limburgs
b
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Diepenbeek   
