Hoofdtekst
Mijn grootvader, dat was een blinde man. Nu, in dien tijd gingen ze altijd hout pakken voor klèten (gespleten wissen om bezems te maken) te maken voor bezems te binden. Zo, dat vrouwvolk en doste niet gaan allene en dien ouden man ging mee en ze zetten hem tegen een wulge. Je koste niet roeren en je was altijd reke bij zijn haar opheft van de waterduivel, al tegen die wulge staan.
Beschrijving
Enkele vrouwen die in het bos hout moesten gaan hakken om bezems te maken, durfden niet alleen naar het bos te gaan. Daarom namen ze altijd een oude blinde man mee, die tegen een wilg ging staan terwijl zij aan het werk waren. Hoewel die man niet kon bewegen, werd hij altijd bij zijn haren omhooggetrokken door de waterduivel wanneer hij daar stond.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (ieper)
27
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Vlamertinge   
