Hoofdtekst
Dwaalleechskes dat woere witte vlemkes boëven e moeras of voel (vuil) water. Het woere zeelkes van keinjer die neet geduip woëre. Die wachden om verlos te wière. Onger op de boëjem (bodem) van zoe e moeras laag ’n kis, ’n zwaor eike kis mèt ene sjat in. En es iemend den dörf hauw van die kis dao oet te hoëlen en de sjat aan e kloêster te giève, dan woëre de zeelkes gered en verdwiëne de vlemkes.
Onderwerp
SINSAG 0182 - Wiedergänger als Irrlicht   
Beschrijving
Dwaallichtjes waren witte vlammetjes die boven moerassen en boven vuil water verschenen. De lichtjes waren de zieltjes van ongedoopte kinderen die verlost wilden worden. Op de bodem van het moeras lag een eiken kist waarin een schat zat. Als iemand het aandurfde om de kist boven te halen en het geld aan een klooster te geven, dan waren de zieltjes gered.
Bron
J. Venken, Leuven, 1968
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (maasvallei)
42
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Maaseik   
