Hoofdtekst
Ewel, Filie Munsters, die aan den Belgiek weunt, als hij op die koeieplekke ging, die mensen voor hem, hadden daar moeten van gaan omdat ’t ene ongeluk op ’t ander kwam. En die mensen zijn daar weggegaan uit armoe hé.En Filie is op dat hof gegaan, en ’t is begonnen met Filie ook, die gebouwen waren allemale bespookt. ’t Ging nu een beeste dood en toen ’n beeste dood en dat was daar niets tegen te doen! Ze hebben dat wel tien keers belezen, maar ’t spookte daar altijd voort. En de paster heeft toen gezeid: "’t Is niet aan te doen, ge zoudt om wel te zijn alles moeten afsmijten".En ze hebben heel de stallinge afgesmeten en ’n nieuw batiment gezet en ’t was gedaan.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Op een boerderij waar de dieren allemaal stierven, spookte het. De ene boer na de andere ging failliet en moest de boerderij verlaten. Hoewel de boerderij al tien keer was overlezen, kwam er geen einde aan het ongeluk. De pastoor gaf de boer de raad om alle gebouwen af te breken en een nieuwe boerderij te bouwen. Toen dat was gebeurd, gebeurde er niets vreemds meer.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
317
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Deerlijk   
