Hoofdtekst
Op zekere keer kwam do ne landloper aan sehans en alles stond do gereed lak veur een feest. Aan alle deure stond ne papegaai en die zegde altijd al weg, "al weg, hie passeert noch hel, noch duvel". Hij kroop do in een bed en hij dee de gordijne toe ma hij hee nie herd gerust. ’s Sloeg oppe pendul en hojdoecht: "as ’t spookt, dan is ’t om 12 ure". Om 12 ure kwam er ene deur de deur mee ne lange witte baard, dieje zag rond en zette zijn eige op ne stoel. Hij haalde alles gereed veur zijn eige te schere. Toen docht hem "nu gaat hem mij zeker de kop afdoen". Ma dieje mee zijne baard riep hem en hij zei "kom, scheert me nu ma". Hij schoor hem en hij schoor ma, tot hem zoe kaal was as ik weet nie wa, hij schoor den hele duvel af. Ma da was ook ene dieje moest terugkome en toen was hem verlost. Dieje ha veul vrouwe vermoord en hij moest veur zijn straf veromkome. "Hie - zei hem - alles is veur u, ma da moete late toe doen". Da was ne bloedput. Toen was hem goed en hij was ook wee verlost.
Onderwerp
SINSAG 0436 - Mörder kehrt wieder.   
Beschrijving
Een landloper kwam bij een kasteel waar een papegaai op de deur zat, die zei: "Al weg, al weg, hier passeert noch hel, noch duivel". Hoewel de landloper een beetje bang was, besloot hij toch in het kasteel te overnachten. Om middernacht kwam er een man met een lange witte baard binnen, die op een stoel ging zitten en een scheermes bovenhaalde. Nadat de landloper de baard van het spook had geschoren, was de geest verlost. De man met de grijze baard moest komen spoken omdat hij tijdens zijn leven veel vrouwen had vermoord. Het verloste spook sprak tot de landloper: "Dat alles is voor u, maar die put vol bloed moet je wel laten dichtmaken".
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (grensgebied kempen-hageland)
269
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kwaadmechelen   
