Hoofdtekst
Pier-Jentje Clara woonde in 't Geisteren, en die gong 's nachts altijd op de loer staan op de hazen. Dat doen ze nu nog, in Winterdagen, in de maneschijn. Hij had daar een paar uren gezeten en overhèèr komt daar 'nen haas. En die wopperde maar en die wopperde maar. Hij denkt: 'Nu heb ik hem in het schot', en hij schiet. Maar het geweer gong niet af. 'Maar potverdomme' denkt Pier-Jentje, 'dat geweer moet toch afgaan' en Jentje trok en trok en trok: het gong niet af. Dat was er ook weer zo ene.
Onderwerp
SINSAG 0311 - Weisse Frau ist eine zurückgekehrte Tote.
  
Beschrijving
Op een nacht ging Pier-Jentje uit Geisteren stropen. Toen hij een haas zag en het dier wilde neerschieten, ging zijn geweer echter niet af. Ook een tweede en een derde poging mislukten.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Pier-Jentje   
Naam Locatie in Tekst
Neeroeteren   
Plaats van Handelen
Geisteren   
