Hoofdtekst
’t Was daar een geestelijk kapelaan Candaele, een afgevallen geestelijk. ’t Passeerde daar een keer een vent voor zijn deure, zij waren met twee, maar dien enen viel djuste in een pla water. En dien vent zei: “Ja, ‘k weten wel van wien dat ’t is”.
Beschrijving
Twee mannen liepen voorbij het huis van een kapelaan die het seminarie voortijdig had verlaten. Plots viel één van de mannen in een plas water, waarop hij sprak: "Ja ja, ik weet wel wie mij dat gelapt heeft!"
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (franse grens)
557
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Stavele   
