Hoofdtekst
4A Bij ons thuis, wij woonden op ’t Schaluin. Nu de Pousse café, naast de Knoet. Dat was ons huis, en een paar huizen verder was er ’t Kasteeltje van Namen. Maar Roger De Muyer, goh, die is nu ook al tegen de 80 jaar. Die zijn grootmoeder, die woonde bij hem thuis. En daar gingen de mensen naartoe voor alle ziektes en alle kruiden, en die gaf hetgeen nodig was. En als ze in de winkel kwam, voor kaas of zo, dan vroeg ze altijd: "Doe er voor mij nog een sneetje bij, speciaal, voor dezelfde prijs." En die kon niet sterven, want die had een zwarte boek. En zolang die zwarte boek niet overgegeven was aan iemand anders, kon die niet doodgaan. Maar ze is op de duur toch doodgegaan. Maar wie die zwarte boek nu heeft, dat weet ik niet. X En weet je wat haar naam was?4A Iedereen zei dat dat een heks was en hare voornaam, ik geloof dat het Toke was. X Dat is al een tijd geleden?4A Ik was misschien dertien, veertien jaar als ze gestorven is.
Beschrijving
Een vrouw uit Aarschot kon mensen genezen door middel van kruiden. Die vrouw kon pas sterven nadat ze haar zwart boekje aan iemand had doorgegeven.
Bron
T. Bergen, Leuven, 2003
Commentaar
2.1 Heksen
vlaams-brabants (groot-aarschot)
4A
Vóór 1946
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Langdorp   
Plaats van Handelen
Aarschot   
