Hoofdtekst
De vliegende gete, j’hoorde dat allen avonde en ’t kwamen schrikkelijk vele mensen van verre en naar tegen dat ’t avond was. Dat was langs de route van Becelare naar Moorslede, tussen Becelare en de Keiberg. Ze zeien daartegen de vliegende gete omdat ze dat de ene keer hier, de andere keer daar hoorden. ’t Vervloog altijd en binst dat ’t vervloog gaf dat een schreeuw van een gete. Dat heeft lang gedeurd tot dat ze een keer een hele vreemde vogel geschoten hebben. Toen was dat gedaan.
Beschrijving
's Avonds kwamen de mensen van heinde en verre naar de weg tussen Beselare en de Keiberg om daar naar de vliegende geit te luisteren. Nadat men op een dag een vreemde vogel had neergeschoten, heeft men de geit niet meer gehoord.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (ieper)
29
fabulaat
Naam Overig in Tekst
vliegende geit (Beselare)   
Naam Locatie in Tekst
Nieuwkerke   
Plaats van Handelen
Beselare   
Keiberg   
