Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

KERAR0187_0188_16727 - Jonge man verkoopt zijn ziel aan de duivel

Een sage (mondeling), 1966

Hoofdtekst

Dat waren twee broers en ze kwamen goed overeen. Ze gingen altijd te gare naar de schietinge. Al met een keer, ze kwamen in kwestie (in ruzie) en ze waren zo hard in kwestie dat ze al (langs) een ander deure in de kerke gingen. Ze wilden niet meer al de zelfde deure gaan. Den enen was zo pijnig (nijdig, kwaad) op den anderen, op zijn broere, je wist niet wat gedaan en je ging gaan wandelen in de bussen van zijn kasteel. "Dat ik wist hoe doen”, zei hij, "’k verkopen mijn ziele aan den duivel”! Je ging voort al studeren en je zei nog een keer: "Dat ik wiste hoe doen, ‘k verkopen mijn ziele aan den duivel”! Je ging een beetje vodder (verder) en je zei dat nog een keer. En als hij een beetje vodder kwam, ’t stond daar een ventje tegen een boom, in ’t zwart gekleed. Je gong er naar toe. "Wat doet gij hier op mijn goederen”? zei hij. Dat ventje antwoordde niet. "Ik vraag het nog een keer, hoort gij het niet”, zei hij, "wat doet gij hier op mijn goederen? Spreekt of ik doorsteek je”! "Raakt mij niet”, zei dat ventje, "of ik breek je hals en nek”! Wouter voelde dat dat geen sprake was van mensen en je viel van zijn zelven (in bezwijming) en als hij were kwam, j’heeft toen zijn ziele verkocht voor acht jaar. Achter die acht jaar je vroeg als hij nog entwadde mocht toegestaan zijn en je mochte. Maar toen heeft hij entwadde gedaan om zijn broere te kullen: al toverie op zijn hof. ’t Heeft nog geweest dat de boer naar huis kwam, naar ’t hof, en in de dreve, aan de kant van de lindeboom, ’t stonden daar twee grote honden, grote honden. "Passeer maar”, zeien die honden tegen de boer, "’t is Wouter en zijn broer die hier gebonden is”8 Een beetje later, tenden (op het einde) de acht jaar, de duivel kwam en Wouter was op zijn kamer bezig met de gazette te lezen. "Ja”, zegt hij, "Wouter, ’t is juist acht jaar op die minute”! "Ja”, zegt Wouter, "’t is juist acht jaar op die minute. Ja”, zegt Wouter, "maar je hebt gezeid dat ik nog entwadde mocht bijvragen”? Je pakte zijn lampe en je smeet de wieke in de vijver en je koste maar meegaan zolange tot dat die wieke opgebrand was. Zodus, den duivel was gekloot (gefopt). De duivel vloog weg al wrake roepen en Wouter hield toen een grote feeste voor alleman in de grote zale. ’t Waren daar al rijke heren, ’t was daar gedanst, een avondfeest hé! Als die avondfeeste een paar uren bezig was, ’t kwam daar al met een keer een groten here binnen, een reuze, hij twéste (doorkruisen) drie keren de zale. "Vlucht, vlucht”, zei hij, "want deze nacht gaat het kasteel verzinken”! Een derde keer dat hij door de zale passeerde, de leste waren nog maar juist de brugge over, ’t gaf een buis (lawaai) en ’t kraakte en ’t kasteel was de grond in. Wouter was mee, je koste niet vluchten. Dat was in Geeraardsbergen. Ze waren zij van Geeraardsbergen. Dat is wreed (zeer) lange geleên. Mijn vader heeft mij dat verteld een tsestig, tseventig jaar geleden als ik een kleine jongen waren.

Onderwerp

SINSAG 0881 - Der Teufelsvertrag. Mann schliesst einen Vertrag mit dem Teufel, welcher ihm bei seiner Arbeit Hilfe leistet.    SINSAG 0881 - Der Teufelsvertrag. Mann schliesst einen Vertrag mit dem Teufel, welcher ihm bei seiner Arbeit Hilfe leistet.   

SINSAG 0933 - Begegnung mit dem Teufel, welcher verschiedene Gestalten annimmt.    SINSAG 0933 - Begegnung mit dem Teufel, welcher verschiedene Gestalten annimmt.   

Beschrijving

Twee broers uit Geeraardsbergen die altijd een goede verstandhouding hadden gehad, kregen ruzie, waardoor de twee zelfs niet meer langs dezelfde deur wilden binnengaan in de kerk. Op een dag wandelde één van de broers door het bos en zei driemaal: "Als ik zou weten hoe, dan zou ik mijn ziel aan de duivel verkopen!" Wat verderop zag de jongen een in het zwart geklede man staan, die tegen een boom leunde. Daarop sprak de jongeman: "Wat doe jij hier in het midden van de nacht op mijn domein? Spreek of ik steek je met een mes!" De zwarte figuur antwoordde: "Raak me niet aan, of ik breek je hals en nek!" De jongen schrok zo erg van dat antwoord, dat hij flauwviel. Toen hij weer bij bewustzijn kwam, verkocht hij zijn ziel voor acht jaar aan de duivel. Na afloop van die acht jaar vroeg de jongen aan de duivel of hij nog één ding mocht doen. De duivel stemde toe en de jongen betoverde de boerderij van zijn broer; er zaten altijd twee grote zwarte honden. Toen de duivel de ziel van de jongen kwam opeisen, gooide de jongen zijn lamp in de vijver. Hij moest immers pas meegaan met de duivel wanneer de wiek volledig was opgebrand. Op die manier was de jongen er toch in geslaagd de duivel te slim af te zijn. Om zijn overwinning te vieren gaf de jongeman een groot feest waarop veel gedanst en gedonken werd. Na enkele uren kwam er een grote heer binnen, die de feestzaal driemaal doorkruiste. "Vlucht, vlucht," riep de heer, "want deze nacht zal het kasteel verzinken!" De woorden van de heer waren nog niet koud of het kasteel zakte in de grond. Alle mensen hadden kunnen vluchten, behalve de jongeman, die met het kasteel wegzonk in de grond.

Bron

K. Erard, Leuven, 1966

Commentaar

3.1 Duivels
west-vlaams (ieper)
30
Omstreeks 1900
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Geeraardsbergen (kasteel van)    Geeraardsbergen (kasteel van)   

kasteel van Geeraardsbergen    kasteel van Geeraardsbergen   

Naam Locatie in Tekst

Sint-Jan    Sint-Jan   

Plaats van Handelen

Geeraardsbergen    Geeraardsbergen