Hoofdtekst
I -En hebt ge van aflezers nog gehoord?27 -Wat zou dat zijn?II -Die de warten aflezen van de mensen hun handen.27 L -Ah ja’k ze (hoor) jong! En bloed aflezen, maar dat is, dat is waar ze (hoor)!II -Maar bloed aflezen wat is dat?27 -Als er tsé (zie) onze René over een jaar of negen ôt (had) een koe miskalfd een zware meuten (kalf) en een bloedheup, juist gelijk een vrouw hé en de paardenmeester kwam voor dat te stelpen. Ze had goed gekalfd en en ze ôt (had) schoongemaakt en ze was beginnen bloeden met klonters. En hij (René) stond ‘s nachts op en zo klonters bloed, maar dat mag niet hé en daarmee belt hij de paardenmeester op en de paardenmeester komt en “Ja, jong,” zegt hij, “daar zullen we moeten wreed zere bijzijn , ons wreed haasten dat ze niet doodbloedt;” daarop gezeten met piqûren, de paardenmeester kwam alle drie uren, ah ja, dat kost ook hé en daar kwam een boer, maar dat mag ik niet zeggen wie dat het was en die kwam erbij en die zei: “Oei, oei, René jong,” zegt hij, zegt hij: “Dat gaat toch een bom geld kosten!” – “Ah ja” zegt hij “ze is toch al...” – “Ja” zegt hij, “Maar ik ga achter mijn vrouw.”II -Dat gaat toch, wat zegt ge?27 -Achter zijn vrouw.II -Jamaar daarvoor.I -En zijn vrouw was een aflezeres?27 -Ja. Dat ik niet mag zeggen wat dat dat is.II -Ah ja, “maar dat gaat toch ..?27 -Een bom geld kosten.II -Ah ja.27 -Standvastig aan om de drie, vier uur de paardenmeester, onze René dierf dat niet, piqûren geven, de paardenmeester ook, vaneigens ze maken dat thuns (dan) wel, dat is thuns (dan) niet per visite dat is thuns (dan) een globaal getal en hij kwam een keer kijken, zegt hij: “Ja, jong, zegt hij (de boer), zegt hij: “Wanneer komt hij (de veearts) weer?” – “Ah ja,” zegt hij, “hij heeft hij nu geweest ik peins van de achternoen met een uur of vier.” – “Jamaar ja, laat maar komen” en zegt hij, “Ik zal vanavond” zegt hij, “want dat gaat niet ophouden daarmee” zegt hij, “Ik ga vandenavond” zegt hij, “aan mijn vrouw vragen of dat ze een keer wil alhier komen” zegt hij, “Zij kan het bloed aflezen.” Ze is erbij gekomen en ze heeft zij bloed afgelezen en ze heeft zij geen drupke (druppeltje) meer verloren en hij heeft ze nog drie jaar gehad.II -En dat is nog niet te lang geleden dat?27 -Ah, een jaar of negen. En de paardenmeester verstond er hem niet aan (begreep er niets van). René zei: “Ik ga ze zeker verkopen”, ja hij dierf dat thuns (dan) zo niet vlakaf zeggen hé, “Ah ja,” zegt hij, “zoveel te beter, als het ophoudt.” En ‘t hield hij op jong en hij heeft ze nog zeker twee of drie jaar, want hij heeft ze zelfs nog een keer naar de stier gedaan. En dat is juist, ze (hoor), dat is geen zever! En dat warten aflezen ook, want ik stond vol, aan mijn vingers en aan mijn voeten en onze Stefan (haar zoon) ook en onze Yvonne haar man heeft ze allemaal afgelezen. Die is nu dood van over twee jaar, maar of dat zij (= Yvonne) het zou kunnen, weet ik niet, ze (hoor). II -En hoe deed hij dat thuns (dan)? (de telefoon rinkelt.)II -Telefoon, of is het uw bel (Lea en haar man hebben een fietsenwinkel.)27 -Nee, nee, ‘t is de telefoon. Hij zegt hij dat niet ze (hoor).II -Jamaar, wat bezigde hij? Ôt (had) hij daar speciaal iets voor? Want ge hebt er een strootje bezigen dat ze zei daarvoor.27 -Niets niets. Met een soort.(Het bandje werd even gestopt omwille van de telefoon.)27 -Gelijk die vrouw, niets, één keer en gedaan hé. Want dat ze ja, nu is ook zo wreed goed niet, hé, als ze (de afleester) dat zou willen overgeven (doorgeven, het ons vertellen), dat kunt ge dikwijls.II -Heeft ze geen dochters of zo misschien, geen kinderen?27 -Nee.I -Maar meestal willen ze dat niet doorgeven hé, hun kennis.27 -Maar zij heeft het toch van iemand, ze (hoor).II -Zij heeft het ook van iemand?27 -Ja. Zij heeft het van die vrouw van daarboven hé, waar dat die Lokkefie daar ging, zij heeft het van daar ze (hoor), ja, wij wisten dat niet ze (hoor), kijk, wij wisten wel dat Rome dat kon en kijk dat zij dat nu kon, dat wisten we niet.. Ze ôt (had) zij toch onze René ...
Beschrijving
Op een boerderij was een koe hevig beginnen bloeden nadat ze een kalf had geworpen. Men liet de veearts komen, maar die kon de bloeding niet stelpen. Een boer van een nabijgelegen boerderij ging zijn vrouw halen om de koe te overlezen. Nadat de vrouw bij de koe was geweest, heeft het dier geen druppel bloed meer verloren.
De boer heeft zijn koe nog zeker drie jaar kunnen houden.
Diezelfde vrouw kon ook bijvoorbeeld wratten aflezen.
De boer heeft zijn koe nog zeker drie jaar kunnen houden.
Diezelfde vrouw kon ook bijvoorbeeld wratten aflezen.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (groot-zottegem)
27L
Omstreeks 1989
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Grotenberge   
