Hoofdtekst
De bokkerijers gongen met den duivel om. Ik weet van 'ne knecht, die was er bij zonder dat de boer het wist. En altijd pakte die den hond mee. Maar de boer begos dat toch raar te vinden en hij dors toch niks zeggen:. Als ge tegen iemand zegde: 'Gij zijt 'ne bokkerijder' dan waren ze 's avonds daar. Maar hij zei: 'Dien hond moet ge mij toch hier laten.' De knecht deed dat, en den hond heeft gejankt en gepermitteerd heel de nacht. Die bokkerijders kosten komen waar ze wouwen. Die namen een berkewis tussen de benen en dan gongen ze van hier naar Duitsland stelen in de wijnkelders, en 's morgens lagen ze weer in hun bed.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Men vertelde dat de bokkenrijders met de duivel omgingen. Een boer wiens hond 's nachts altijd weg was, vermoedde dat zijn knecht bij de bokkenrijders was. De boer durfde er echter niets over te zeggen uit angst dat de bokkenrijders zijn huis zouden komen leegroven. Op een avond drong de boer er toch op aan dat de knecht de hond thuisliet. De hele nacht heeft het dier liggen janken en grommen.
De bokkenrijders staken een berkentak tussen hun benen en vlogen dan naar Duitsland om er de wijnkelders leeg te roven. De volgende ochtend lagen de rovers weer in hun bed alsof er niets was gebeurd.
De bokkenrijders staken een berkentak tussen hun benen en vlogen dan naar Duitsland om er de wijnkelders leeg te roven. De volgende ochtend lagen de rovers weer in hun bed alsof er niets was gebeurd.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beek   
Plaats van Handelen
Duitsland   
