Hoofdtekst
Een tante van papa van d’orde van “L’Enfant Jésus” van Rijsel, met de wet van Combes, z’hadden in Moorsele een klein kasteeltje gekocht en z’hadden de schoonste schatten van ’t klooster verhuisd naar daar. En d’oude zusters waren daar ook. Op een nacht, met den twaalven, al de deuren en de vensters poeften, en al de zusters waren verschrikt, en ze gingen naar de paster en hij zei: “Zijn er daar nog archieven”? En z’hebben in die archieven gekeken. Nu, ’t was alleszins een maarte of een bijzit die dat kasteel bewaard hadden, maar ze moste zovele brood geven aan d’armen en een kapelle zetten, maar z’hadde daarvan niet gedaan, z’hadde geleefd lijk God in Frankrijk.Dat klooster heeft dat volbracht en dat heeft uitgescheed.
Beschrijving
Een kloosterorde had in Moorsele een klein kasteeltje gekocht en ze hadden de mooiste schatten van het klooster naar dat kasteeltje verhuisd. Om middernacht vlogen de ramen en deuren van het kasteeltje plots open. De volgende dag vertelden de zusters verschrikt aan de pastoor wat er was gebeurd. De geestelijke gaf opdracht om de archieven uit te pluizen en kwam zo te weten dat een meid het kasteel ooit had willen redden en daarvoor had beloofd om brood aan de armen te geven en een kapel te zetten. Omdat de kasteelbewoners echter altijd hadden geleefd als God in Frankrijk, spookte het op die plaats nog steeds. Nadat de zusters de beloften hadden volbracht, kwam er een einde aan de spokerij.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (franse grens)
534
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Watou   
Plaats van Handelen
Moorsele   
