Hoofdtekst
Do woaren soms minsen woa euverdoag gewoon mins woaren mais woa 's naachs euveral spookten en een eigenoardige mach hoanen. As men soms toevallig kameroad was met dai minsen bestoent do e middel veur nie lèèstig gevallen te wunnen door dai spoken. As zje dan oere kameroad tjegen koemt op 't moment dat hij spookte, dan moes zjei oere zakdoek in zene mond gooien, dan was hij machteloos totdat de zakdoek heel kepot was. Mais ondertussen hoa zjei de taid veur oech onder de veut out de moaken en kos het spook oech ne mai attaqjèren (aanvallen).
Beschrijving
Sommige mensen beschikten over bijzondere krachten waardoor ze 's nachts in een spook veranderden. Wanneer men 's nachts zo iemand tegenkwam, was er maar één middel om ongedeerd te blijven: men moest een zakdoek naar de mond van het spook gooien. Terwijl het spook de zakdoek uiteenrafelde, had men immers de tijd om weg te lopen.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (borgloon)
148
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Opheers   
