Hoofdtekst
Ne mens had veul ongeluk en hij zei zoewe in zijn eige "dat is toch aardig ik gaan toch eens no ne pater". Hij gaat no ne pater en vertelt do: "pater ik hem toch zoe veul ongeluk". Dieje pater zei "ge moet een groot vuur stoke - zoewe een open vuur gelijk as de mense inne tijd hadde he - dan zal de heks deur ’t moosgat kome, dan werpt ge haar muts in de ketel water bove ’t vuur en dan pakt ge ze zelf ook vast en werpt ze in ’t vuur". En zoewe deed hem en ’t was gedaan en ’t is echt gebeurd gelijk as ik dat vertel.
Beschrijving
Een man die veel ongeluk had, ging bij een pater te rade. De geestelijke sprak: "Je moet een groot vuur maken. De heks zal dan binnenkomen langs het afvoergat voor het water. Je moet de heks dan vastgrijpen en haar in het vuur gooien.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (grensgebied kempen-hageland)
625
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Tessenderlo   
