Hoofdtekst
Te Opheers lag een heks op sterven en ze zag verschrikkelijk af en dat duurde al verschillende dagen. De pastoor was gekomen om haar te biechten. Hij zag wel direct dat daar iets anders tussen zat, hij wist wel dat een heks haar kunst moest verder geven. Als ze te lang heks geweest was kondt ge dat zo maar niet ineens laten afnemen. En om haar te laten sterven, zei hij tegen de dochter: 'Gij moet haar kunst overnemen, ik zal het u dan komen afnemen.' Toen de vrouw al enige dagen dood was, kwam hij af. 'Wel, moet ik het u nu afnemen?' zei de pastoor. 'Ik zou niet graag, Mijnheer pastoor, ik heb veel te veel plezier elke nacht. Dat wil ik niet kwijt zijn', zei het meisje en ze bleef heks. Later zal ze daar wel spijt van gehad hebben, want de heksen zien zelf ook veel af van het kwaad.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
In Opheers leed een heks op haar sterfbed verschrikkelijke pijnen. De pastoor was naar haar toe gekomen om haar te laten biechten, maar hij begreep onmiddellijk dat de heks haar kunst eerst moest doorgeven vooraleer ze zou kunnen sterven. Om haar te laten sterven, sprak de pastoor tot de dochter: "Neem jij haar kunst maar over, dan zal ik er je later wel van bevrijden." Toen de vrouw enkele dagen dood was, ging de pastoor het meisje opzoeken en vroeg haar: "Wel, moet ik je nu de heksenkunst afnemen?", maar het meisje wilde haar krachten niet kwijt, want ze had er al veel te veel plezier aan beleefd.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
2.1 Heksen
zuid-limburgs
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Groot-Gelmen   
Plaats van Handelen
Opheers   
