Hoofdtekst
In houthulst was d’r één en je goeng gaan vrijen met karre en peerd. En da vrouwvolk waar dat ie ging, had de name da ze kosten toveren. En je vrijde en roend ten twaalven gebaarde t’ie dat ie sliep. En ten twaalven pakte da wuuf een dozeke uut een kastje an de schouwe en ’t was lijk blink (schoenpoets) en ze dei dadde an heur hoofd en ze zeien: "Overal en boven al" en ze waren weg. Maar die vent had da gezien en je pakte ook da dozeke en je probeerde da ook en je zei: "Overal en deur al." En je wierd overal deure gesmeten. En heel in bloed kwam t’ie ten één ’s nachts an die kruusstrate waar dat de toveressen waren en je toogde (toonde zich) hem en z’hèn ton tegare weregekeerd, hem en da vrouwvolk.
Onderwerp
SINSAG 0511 - Über Weg und Steg   
Beschrijving
Een man uit Houthulst ging met de paardenkar op bezoek bij zijn vriendin. De vrouw naar wie hij ging, werd ervan verdacht een toveres te zijn. Om middernacht deed de man alsof hij in slaap was gevallen. Zo zag hij dat de vrouw een doosje uit een kast bij de schoorsteen nam en zich insmeerde met iets dat leek op schoensmeer. Daarna zei de vrouw: "Over alles en boven alles" en ze was weg. Vervolgens smeerde de man zich ook in met het goedje en zei: "Over alles en door alles". Daarop werd de man overal tegenaan gegooid. Helemaal bebloed kwam hij bij het kruispunt waar de toveressen bijeenkwamen.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (o van houtland)
269
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Lichtervelde   
Plaats van Handelen
Houthulst   
