Hoofdtekst
Beschrijving
Een meisje maakte een wandeling met een vriend die om vijf vóór twaalf zei: “Ik moet even een boodschap doen”. De jongen keerde niet meer weer. Zijn tijd om voor weerwolf te gaan spelen, was immers aangebroken. Zulke mensen konden niet worden verlost tenzij ze door de pastoor werden overlezen.
Bron
D. Herbots, Leuven, 1974
Commentaar
2.1 Heksen
brabants (oosten)
31G
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Helen-Bos   
