Hoofdtekst
Der was hier in den tijd nen duitsken schapere. En ie passeerden lanst ’n huis. ’n Wuveje ha hem zien ofkomen en ze ging ter naartoe: "Zou je g’loven da je da ges (gras) moe laten staan voor mijn schapen?" "’t Es goed," zei ’t ie "maar ge moe ’t ges bewaken da ze der nie meer ip ’n kunnen." En os ’t ie ’s navens werekam stond ze zij daar nog. "Hên ze der nog van g’eten?" zei ’t ie, "ge meugt deuregaan." Ie ha ze nen helen dag an de grond getoverd.
Onderwerp
SINSAG 0666 - Zauberer bannt an den Ort.   
Beschrijving
In Geluwe woonde vroeger een Duitse schaper. Toen de schaapherder met zijn schapen voorbij een huis kwam, zei het vrouwtje dat daar woonde: "Dat gras moet je laten staan voor mijn schapen!" Daarop zei de schaapherder: "Ja, dat is goed, maar dan moet je het gras wel bewaken, zodat mijn schapen er niet komen". Toen de schaapherder daar 's avonds opnieuw voorbijkwam, stond het vrouwtje nog steeds op dezelfde plaats. De Duitse schaper sprak tot haar: "Hebben ze er nog van gegeten? Je mag voortgaan". Hij had het vrouwtje aan de grond vastgetoverd.
Bron
G. Speecke, Leuven, 1959
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (menen en omstreken)
318
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Duitse schaper   
Naam Locatie in Tekst
Geluwe   
Plaats van Handelen
Geluwe   
