Hoofdtekst
Mijn vader zei ‘ne keer: "’k Heb were vele afgezien vannacht, ‘k heb were van de mare berêen geweest". En ‘k zegge: "Vader, ’t is dromen." - "Nee’t", zegt ie, "’k heb altijd horen zeggen als ge zovele afziet, dat ge van de mare berêen zijt". En zegt ie alzo tegen mij: "Ge hebt ‘nog van die grote bomen gezien, alzo waar dat er iefte - alzo ’n soorte bleek blad - rondgroeit. En die bomen groeiden "slom en krom", en zegt mijn vader, "dat komt omdat ze ook van de mare weten. Ja, alles kan van de mare weten. En ge ziet toen vele af, ’t schuim staat op uw lippen". En zegt ie: "Dat is ’n beetje verbeterd. ‘k Heb van iemand gehoord dat ge uw kloufen moet verkeerd zetten. Alzo!"
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Een man die 's nachts veel had geleden, geloofde dat hij door de maar was bereden. Bomen die waren kromgegroeid, waren ook door de maar bereden. Wie zichzelf tegen de maar wilde beschermen, moest zijn klompen omgekeerd naast het bed zetten.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
123
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kaster   
