Hoofdtekst
En dan do bove do bij de manne do kwam die heks ook altijd, die Sien. En ze hadde do een groot vuur aangestoke en heiliggerdom onner heure stoel gelee. En die heks die riep ma "ze stok me op". Ma die manne zegde "wa herre dan misdaan? Ge meugt van uwe stoel af as ge van ze leve nemieje binne komt". En ze is er nooit nemieje geweest ook nie.
Beschrijving
Om de heks Sien weg te jagen, had men heiligdom onder haar stoel gelegd en een groot vuur aangestoken. Toen Sien riep: "Ze stoken me op!", zeiden de mannen: "Je mag opstaan als je hier nooit meer binnenkomt". Sien stond op en is nooit meer teruggekomen.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (grensgebied kempen-hageland)
554
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Sien   
Naam Locatie in Tekst
Veerle   
