Hoofdtekst
Die van Smitske hauw ouch ene slechte naam wie ze vreuger zagte. En dao waas ouch ene mins in Ruotem, "Den Aap" hètde ze dae. Dat waas enen Habets en ene kolossale struiper. Dae waas ins in Treselt aan ’t jagen oppe sniê, het waas in de weinter wie now. En iè zuut enen haas vuer hem eniè sjut … iè hauw niks. Maa nog gein 10 menute later steeng dat wief in häör humme vuer hem. "Lielike smaerigen Aap, waat zits dich diej rond mien koei te sjete."
Onderwerp
SINSAG 0592 - Hexentier kann nicht getroffen werden
  
SINSAG 0594 - Verwandlung von Hexentier in Frau erspäht.
  
Beschrijving
De vrouw van X werd ervan verdacht een heks te zijn. Een man uit Rotem, was op een koude winterdag in Treselt aan het stropen. De man schoot naar een haas, maar miste. Nog geen tien minuten later stond de vrouw van X bij hem met de woorden: "Lelijke smerige man, wat zit jij hier naar mijn koeien te schieten!"
Bron
J. Venken, Leuven, 1968
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (maasvallei)
349
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Aap (de)
de Aap
de Aap
Naam Locatie in Tekst
Rotem   
Plaats van Handelen
Rotem   
Treselt   
