Hoofdtekst
Hier op dees hof heeft ’t ook getoverd; ’t er was hier ne keller en daar en dorsten ze niet in gaan. Dat was nen toverkeller zeien ze; ’t er was ne put in waar dat ze den eind niet af en vonden. T’n daar zat den duivel in.
Beschrijving
Op een boerderij in Sint-Lievens-Esse spookte het. Er was daar een kelder die de mensen niet durfden te betreden. Ze zeiden dat het een toverkelder was. Er was ook een bodemloze put waarin een duivel zat.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (denderstreek)
246
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Lievens-Esse   
Plaats van Handelen
Sint-Lievens-Esse   
