Hoofdtekst
Hie in ’t rond kwam t’er altêd e pjeid spoêken. We hadden ’s aovonds schoên gegritseld. Om een uur of iên kwam ’t af. We sloten de deur. Iniêns huêren we ne slag op de deur. Toen we buiten gingen zien stond t’er de vorm van e hoefijzer op de deur en t’erveur was alles omgewoeld.
Beschrijving
In Paal kwam 's avonds altijd een paard spoken. Iemand die 's avonds de grond rond zijn huis had geharkt, hoorde om één uur 's nachts een bons op de deur. Toen de man ging kijken, zag hij dat de grond helemaal was omgewoeld. In de deur stond een hoefijzer.
Bron
C. Ooms, Leuven, 1968
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (beringen en omstreken)
161
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Paal   
Plaats van Handelen
Paal   
