Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

FVANH0175_0176_17931

Een sage (mondeling), 1967

Hoofdtekst

‘k Heb ‘ne keer gehoord van twee zusters die tegare huis hielden. En d’ene ging dood, en kijk, ze was al afgeleid en gewassen en ze lag al were op heur bedde, dood, oh ‘nen dag en ‘nen nacht al!En den derden dag, de zuster dervan, gaat van in den keuken op de kamer waar dat ze lag. En ze zegt ommeddekeer, de die die op bedde lag: "’t Is toch wreed hé", zei ze, "’k gerake maar niet dood!" - "Maar", zegt de zuster, "ge zijt al drie dagen dood!" - "’t Is geen waar", zegt ze, "’k kanne niet dood gaan, ‘k moete eerst dat geld weregeven dat ‘k over drie dagen gepakt heb. Gaat gij zere naar dat vrouwmens, met dat geld dat ‘k verlost benne." En de zuster ging met dat geld. En als ze werekwam, was heur zuster heel dood, en ze lag schone te lachen op heur bedde.En z’is nooit meer weregekomen, ze was waar dat ze moeste zijn.

Beschrijving

Twee zussen woonden samen in één huis. Eén van de zussen was gestorven. De derde dag dat de overleden zus opgebaard lag, hoorde de andere zus de dode vrouw zeggen: "Het is toch wreed, ik geraak maar niet dood!" Daarop antwoordde de andere zus: "Maar je bent al drie dagen dood!" De dode antwoordde: "Neen, dat is niet waar. Ik kan niet sterven vooraleer ik het geld heb teruggegeven dat ik drie dagen geleden heb genomen. Ga jij die vrouw dat geld teruggeven". Daarop ging de andere zus die vrouw het geld geven. Toen ze terugkwam, lag haar zus met een mooie glimlach dood op het bed.

Bron

F. Van Houdenhove, Leuven, 1967

Commentaar

1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
231
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Anzegem    Anzegem