Hoofdtekst
Op het kasteel van Baron Lapage, dat lag tussen Loker en Dranouter, was er een rijken typ die hele dagen reed te paarde. Er waren daar jaarlijks twee tot drie grote slemppartijen, onder andere voor mensen van binnen- en buitenland, van Brussel en zelve van Parijs. Er gebeurden daar vele schandelijke toeren. Geld kwam er niet op aan. In zijn vijver zat er wel honderd kilo vis: schone snoek, karper, paling, tinken (zeelt) maar er mocht daar niemand geen beetje vis meenemen. Als hij doodging waren er twee grote honden bij zijn sterfbed en hij vocht daarmee. Noch kloosterzuster, noch geestelijke mochten bij zijn bed. Dat heb ik horen vertellen. Maar Baron Lapage is dood lijk een pad op een stok.
Beschrijving
In een kasteel tussen Lokeren en Dranouter woonde een rijke man die de hele dag met zijn paard op stap was. In het kasteel werden jaarlijks enkele grote feesten gegeven voor mensen uit Brussel en Parijs. In de kasteelvijver zat wel honderd kilo vis, waaronder snoek, karper, paling en zeelt. De kasteelheer stond niemand toe ook maar één visje uit zijn vijver mee te nemen. Toen de kasteelheer op zijn sterfbed lag, vocht ij met twee grote honden. Geen enkele zuster of geestelijke werd bij het sterfbed van die vrijmetselaar geroepen. De man is gestorven zoals een pad op een stok.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
3.2 Vrijmetselaars
west-vlaams (ieper)
23
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kemmel   
Plaats van Handelen
Brussel   
Parijs   
Dranouter   
Lokeren   
