Hoofdtekst
Hie achter hemme der do nog van gezete van de bokkerijders. Die sliepe do oppe schelt he en ze vonne do de schoonste schoenkes want die manne die dede die aan veur gaan te stele. Die schelme die hadde wel de spek boven ’t bed weggehaald terwijl ons moeder in ’t bed lag en ons moeder zei altij: "die schelme moete ze ma inne hel steke".’t Is toch waar he zoewe bij de arm mense. Die zote hie inne bosse die schelme, jot in Averbode ware die bosse en do zate die.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
De bokkenrijders verbleven in de bossen van Averbode. In Tessenderlo kwamen de rovers bij een arme vrouw het spek stelen. Daar in de buurt vond men mooie schoenen die de bokkenrijders droegen wanneer ze gingen stelen.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (grensgebied kempen-hageland)
110
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Tessenderlo   
Plaats van Handelen
Averbode   
