Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MNIJS0199_0199_19539

Een sage (mondeling), 1969

Hoofdtekst

Vroeger ut (als) er e liek in ’t huus was, wierd da heel den nacht bewakt. ’t Braandden do kèèrsen roend. Un die kèèrsen uutgieng(en) zoender ipgebraand te zien, ton liep iedereen no buten, uut het huus want ton gienk dien doon were levend worden.

Beschrijving

Vroeger waakte men de hele nacht bij een dode. Wanneer de kaarsen die rond het lijk stonden, doofden zonder dat ze waren opgebrand, dan liep iedereen naar buiten. Het was immers een teken dat de dode weer levend zou worden.

Bron

M.-R. Nijsters, Leuven, 1969

Commentaar

1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (nw van houtland)
163.3
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Zevekote    Zevekote