Hoofdtekst
en Fin wilden het huir lôten afneime, mo ze kon ni vedder gôn as de kapel; en z’hebben huir moete meisleipe; en zoe liep het zwiet on de pôter ze gezicht af as hem ze on ’t ouverleze was.
Beschrijving
Een kind dat behekst was, werd naar de kapel gebracht. Toen de pater het kind moest overlezen, droop het zweet van zijn gezicht.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (sint-truiden)
489
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Truiden   
