Hoofdtekst
Die ene dor ging nor d’hofsteê van Gantoisen en ze vroeg achter kernemelk. Ze zein da ze gene meer an. "Ja?", zei ze, "kernt mor" mor ze kregen geen beuter meer. Ze dein toen de paster kommen. Enne dei hij dor e medalietje an etwor en dat wos toen dikkens gedon. De paster e dikkens moeten gon wè voor Elodie. Dat wos de name van die toveresse.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een vrouw ging op een boerderij karnemelk vragen. Toen de mensen zeiden dat ze geen karnemelk meer hadden, zei de vrouw: "Karn maar". Daarna konden die mensen geen boter meer karnen, zodat ze de pastoor moesten laten komen. De geestelijke hing dan ergens een medaille, waardoor het probleem was opgelost. De pastoor heeft vaak moeten optreden tegen het kwaad dat die toveres had aangericht.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (vrijbos)
70D
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Elodie   
Naam Locatie in Tekst
Woumen   
