Hoofdtekst
Moe’k ne keer zeggen wat dat dat is van de mare bereên zijn? Die da tegen komt… Jamaar ‘k hè d’er ook van gehad da’k schruiwles (geschreeuw) koste uitslaan. En oje ’t senavonds naar bedde gaat, moeje uw kloefen mee d’hielen onder ’t bedde zetten en mee de muilen vooruit. Tons (dan) peist de mare daje in uw bedde niet en zit omdat die kloefen ommegekeerd staan hé. Maar oje (als ge) van de mare bereên zijt is da just gelijk daje onder een houtmijte zit en oje wakker wordt ligde te zweten lijk nen das.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Wie zichelf tegen de maar wilde beschermen, moest zijn klompen met de hielen onder het bed zetten. Mensen die door de maar werden bereden, hadden het gevoel dat ze onder een houtmijt lagen. Die mensen werden vervolgens zwetend wakker.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
142
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Maldegem   
