Hoofdtekst
De grootvader van Koenraad en dieje mens zegde ze da mee den duvel omging en dieje ree oppe hoef werke en dieje ging do werke en dieje moest de stal leeg make, het mest uitvoere en da mest moest hem mee de kaar wegvoere. En hij laadde zoewe ne grote wage op dat da niemand nie kos heffe, da was zoe zwaar. Want elle pa zal da ook wel wete as da ze de mest mee teirlinks voere. En toen hadde ze de kaar volgelade ma het paard wil nie trekke da was zoewe nen ouwe lompe duvel. "Wacht - zei Peer - spant da paard uit, ik zal de kaar uit de stal trekke". En Peer dieje pakt de kaar en trok ze uit de stal. Jo ma en dat is waar veurgevalle zanne en toen mocht da paard de kaar het veld intrekke en toen zei hij "gijllie zij luierikke allemaal, ik zal morge onze kleine meute meebrenge en dieje zal eens zo veul doen as gij" en toen bracht hem dieje kleine meute.’s Anderendaags krege ze veul spek en goe brood want toen hadde ze gewerkt.
Onderwerp
SINSAG 0881 - Der Teufelsvertrag. Mann schliesst einen Vertrag mit dem Teufel, welcher ihm bei seiner Arbeit Hilfe leistet.   
Beschrijving
De mensen vertelden dat Peer, grootvader van Koenraad, met de duivel omging. Op een dag moest de man op een boerderij de stal uitmesten. Peer laadde de kar zo vol dat het paard koppig bleef stilstaan. Daarop sprak Peer: "Ik zal die kar wel zelf uit de stal trekken". Peer beschikte over een bovenmenselijke kracht.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
3.1 Duivels
limburgs (grensgebied kempen-hageland)
666
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Peer
Koenraad
Koenraad
Naam Locatie in Tekst
Tessenderlo   
