Hoofdtekst
Beschrijving
Twee mannen die ergens onderdak gingen vragen, kregen te horen: "Jullie mogen in dat huis overnachten, maar het spookt daar". De mannen waren echter niet bang en namen het voorstel aan. Om middernacht hoorden ze in de schoorsteen van het huis geluiden. Even later viel er een arm naar beneden, gevolgd door een schedel, een romp en benen. In een mum van tijd vormden de beenderen een volledig geraamte dat begon rond te wandelen. Toen de ene man vroeg: "Wat kom jij hier doen?", werd hij vermorzeld. De andere man moest met het geraamte meegaan. "Doe de deur open", zei het geraamte, waarop de man antwoordde: "Doe het zelf". "Doe de kast open", zei het geraamte daarna, waarop de man weer zei: "Doe het zelf". Vervolgens kwamen de man en het geraamte bij een tweede deur, waarop het geraamte zei: "Doe de deur open" en de man antwoordde: "Doe het zelf". Achter de deur lag een grote molensteen. "Hef hem op", zei het geraamte, en de man zei weer: "Doe het zelf". Onder de molensteen kwam een grote schat met vreemde munten tevoorschijn. De man heeft de schat mogen meenemen en hij is in het huis mogen blijven.
Bron
M. De Groot, Leuven, 1967
Commentaar
7. Sprookjes
brabants (grens met oost-vlaanderen)
306
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Katharina-Lombeek   
