Hoofdtekst
Baeckeland hee nog op Beernem geweest op Jan van Haeckenze molen. Da was overdag nen here en hij klaptige (sprak) tegen de mensen en ging gaan luisteren onze (als ze) geen geld han. En ot (als het) schietinge was Baeckeland was nen chiquen here en luisterdige alleman af onze geen cenzen in under kasse en han. En tons (dan) ’t senachts gingt hij uit en roofdige ’t hier al.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Baekeland zou ooit op een molen in Beernem hebben vertoefd. Overdag ging Baekeland als een chique heer met de mensen praten om te weten te komen waar ze hun geld verborgen hielden. 's Nachts trok hij erop uit om het geld te stelen.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, 1963
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
477
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Baekeland   
Naam Locatie in Tekst
Beernem   
Plaats van Handelen
Beernem   
