Hoofdtekst
J: Er waren ook mensen die een verbond aangingen met de duivel. De weerwolf, ooit van gehoord?G: [ik knik ja]J: Dat waren mensen met een wolvenhuid op hun nek en de wolvenkop op en die gingen voor zeven jaar een contract aan met de duivel. Dan kregen die veel geld om van te leven, om uitspattingen te doen, want daar ging het om, er moesten doodzonden gebeuren. Maar moesten ze in die zeven jaar sterven, dan gingen ze recht naar de hel. G: Ja.J: Dat was nu zo, en dat was het verbond met de duivel. Als die man betrapt werd. ’t Is gebeurd, ze hadden eens een knecht van een hoeve, die was daar ook bij en ’s nachts, oh ja, dat wil ik vertellen, als het uur geslagen had, dat was 12 uur, dan moesten die buiten, die moesten in de natuur van alles gaan doen dat slecht was. Heksensabbat, prostitutie, hoererij, dat hoorde er allemaal bij, he, maar nu hadden ze die zijn kostuum eens gevonden en ze gingen de oven stoken om te bakken. En ze zegden: ‘Kom hier, ik ga het in de oven zwieren’. En ze stonden klaar voor (het) in de oven (te gooien) en die man die was in ’t veld aan ’t werken en op éne keer stond hij daar. ‘Doe dat niet. Doe dat niet. Doe dat niet’, zegt hij. ‘Mijn zeven jaar zijn bijna om. Anders moet ik opnieuw aan mijn zeven jaar beginnen en ik ben zo blij dat ik er bijna vanaf ben’. Dat waren de weerwolven.G: Ja.
Onderwerp
SINSAG 0824 - Die verbrannte Haut (Gurt, Halsband)   
Beschrijving
Sommige mensen sloten een verbond met de duivel, zodat ze zeven jaar lang veel geld kregen en allerlei doodzonden konden begaan. Die mensen moesten 's nachts rondlopen met een wolvenhuid en een wolvenkop. Als zo iemand stierf vóór die zeven jaar om waren, dan ging hij recht naar de hel.
Op een boerderij werkte een knecht die om middernacht allerlei doodzonden moest begaan: prostitutie, deelnemen aan een heksensabbat, enzovoort. Op een dag had men echter het dierenvel van de knecht gevonden. Op het ogenblik dat men het vel in het vuur wilde gooien, stond de knecht bij de oven met de woorden: "Doe dat niet, doe dat niet! Mijn zeven jaar zijn bijna om! Anders moet ik opnieuw beginnen en ik ben zo blij dat het bijna gedaan is".
Op een boerderij werkte een knecht die om middernacht allerlei doodzonden moest begaan: prostitutie, deelnemen aan een heksensabbat, enzovoort. Op een dag had men echter het dierenvel van de knecht gevonden. Op het ogenblik dat men het vel in het vuur wilde gooien, stond de knecht bij de oven met de woorden: "Doe dat niet, doe dat niet! Mijn zeven jaar zijn bijna om! Anders moet ik opnieuw beginnen en ik ben zo blij dat het bijna gedaan is".
Bron
G. Verdickt, Leuven, 2002
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (zuiden)
V6
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Voort   

