Hoofdtekst
Beschrijving
Een smid had niet voldoende geld om een nieuwe schuur te bouwen. Zoiets kostte immers wel tweeduizend frank. Op een dag kreeg de smid bezoek van een vreemde, die bereid was hem tweeduizend frank te verschaffen als hij hem zijn ziel wilde verkopen. De smid stemde in met het voorstel. Na verloop van tijd werd hij echter ongerust en vertelde aan zijn vrouw wat hij had gedaan. De vrouw reageerde verschrikt, maar bedacht al snel een oplossing en zei: “Weet je wat? Ik zal een beurs maken met een strop aan. Als de duivel komt, dan moet je hem vragen of hij zich zo klein kan maken dat hij in de beurs past”. Een jaar later verscheen de duivel om de smid te halen. De smid vroeg de duivel om in de beurs te kruipen. Toen de duivel daar in zat, trok de smid de beurs dicht. Daarna begon de smid met een stuk ijzer op de beurs te slaan. De duivel smeekte om te worden vrijgelaten, maar de smid zei: “Neen, niet vooraleer je onze overeenkomst vebreekt. De duivel zei al snel: “Ja het is goed, laat mij eruit. Wie zou in de hel iets kunnen aanvangen met iemand zoals jij!” Nadat de duivel was vrijgelaten, vloog hij weg met een stank die een maand later nog in de smidse te ruiken was.
Bron
D. Herbots, Leuven, 1974
Commentaar
3.1 Duivels
brabants (oosten)
162A
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Rummen   

