Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ACORN0181_0181_12162 - De waterduivel en de lavers

Een sage (mondeling), 1958

Hoofdtekst

Vroegre oz’ik klène joengen woaren, die schüten voarden nog op ’t strange. Ost’ nu ’s nachs ten twoalven of ten ènen tied was om te voaren, de laver, zein ze, de laver most opblüven voe de mannen te roepen. En ter woaren ton joengers die zein daan ze de woaterdüvel gezien adden. E woaterdüvel wukke was dadde? Wêl e grote noend lik ’n ezle mêd e grote keten achter êm. En os j’êm koste vast kriegen je sproeng up ze rik ê je liep mi je weg en otten an e gracht of ’n avent kwamt, je smèèt je der in.

Beschrijving

De lavers (1) moesten de wacht houden op het schip en de bemanningsleden roepen om middernacht. Sommige van die jongens beweerden dat ze de waterduivel hadden gezien. Dat was een grote hond die een ketting achter zich aan sleepte. Wie de waterduivel kon te pakken krijgen, sprong op zijn rug. De waterduivel liep dan met die persoon weg en gooide hem in een gracht.

Bron

A. Cornelis, Gent, 1958

Commentaar

1.1 Watergeesten
west-vlaams (kust)
138
Kindertijd van de informant
fabulaat
(1) laver: Bij de vissers van Blankenberge, dienstjongen op een schuit, jongeling van 12 à 16 jaar die leert om visser te worden.
Fr.: mousse de chaloupe de pêche, apprenti pilote, apprenti pêcheur
Het werk van de lavers bestaat hierin:
1) als de schuit aan land ligt, moeten zij ze afkorten (?) en ipperen (?)
2) als men gaat varen, moeten zijn de schuit voorzien van zoet water en andere voorraad
3) als men op zee is, moeten zij water koken en vis braden tot onderhoud van de manschappen
Een laver moest 16, 17 of 18 jaar oud zijn vooraleer hij visser wordt.

Naam Locatie in Tekst

Heist-aan-Zee    Heist-aan-Zee