Hoofdtekst
Tegen de mare moest je zoveel keren ’t Onzevader en ’t Weesgegroet lezen oftewel te kruisweg gaan. En da ging je ton nie meer hèn. En da’s in ulder ne droom. Ge wilt schreeuwen en ge kunt niet en ge wilt weglopen en ge kunt niet. En ze pissen ton geweunlijk in ulder bedde.
Beschrijving
Mensen die door de maar werden bereden, moesten op bedevaart gaan of een aantal Onzevaders of Weesgegroeten bidden. Mensen die het slachtoffer werden van de maar, konden niet weglopen en slaagden er niet in enig geluid voort te brengen. Meestal plasten die mensen in hun bed.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (o van houtland)
137
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Weesgegroet   
Onzevader   
Naam Locatie in Tekst
Koolskamp   
