Hoofdtekst
Berten Bulthé. ’t was meneer kapelaon Plaotevoet die toen hier kapelaon was en binst dat de kapelaon in de prikstoel was oltied reke hoesten en hoesten. En ot’en roend gieng met de schale hoesten en spugen en de kapelaon passeerde num ook: hoest en bluuft hoesten , zei de kaperlaon. En et um heel uutespogen en uutedroogd lik e stok hoet. Da’s gebeurd wel 50 jaor geleen.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Toen de kapelaan aan het prediken was, zat een man in de kerk de hele tijd te hoesten. Op het ogenblik dat men met de schaal rondging, zat de man nog steeds te hoesten en te spuwen. Daarop sprak de kapelaan: "Hoest en blijf hoesten". De man is ziek geworden, waardoor hij helemaal uitgemergeld raakte.
Bron
S. Van Bael - Lehouck, Leuven, 1969
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (bachten de kupe)
622
Omstreeks 1920
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Houtem   
