Hoofdtekst
Bulte Capron was den baas van de vrijdenkers en je weunde in de Woumenstrate in Ieper. En vader was daar ook bij en je moeste hem regelmatig gaan tonen. En ’t was daar een vrouwmens van de schoenmakers en ze was ook in de gilde. En die gilde moet loten, lotje trekken, en ze moeten alle jaren één hèn. En da lot viel nu ip heur. En bij nachte kwamen ze achter da vrouwmens, ze braken heure nekke en ze deien ze mee. Ze was dood en ze moeste begraven zijn en ze leien ton steens in de kiste voor ze te kunnen begraven maar z’hân ze meegepakt en verbrand. En die vrijdenkers da ging joe drie keer iprichten, o j’ niet nie meer doen koste. En de vierde keer lieten ze joe schieten. En dat hè tan t’ onzen gebeurd en ‘k kenne da vrouwmens heel goed. Da moet in de jaren 1880 geweest hèn. En die Bulte Capron sprak een heel aardige tale, heel anders dan ons. En die Framassons, dat hield bal in de lucht. En ip da bal mocht je nie zeggen: "Santé, of gezondheid of God zegent je", of heel da bal was ipgelost en d’r was niet nie meer.
Beschrijving
In Ieper woonde een vrijmetselaar. Een vrouw uit Ieper was ook lid van de loge. Ieder jaar werd er geloot om te bepalen wie dat jaar moest sterven. Toen het lot had bepaald dat de vrouw moest sterven, werd haar nek 's nachts gebroken en werd ze meegenomen. Omdat het lijk van de vrouw was verdwenen, legde men bij haar begrafenis stenen in de doodskist.
De vrijmetselaars hielden een bal in de lucht. Wanneer men daar aanwezig was, mocht men de naam van God niet uitspreken, want anders was het hele tafereel in één klap verdwenen.
De vrijmetselaars hielden een bal in de lucht. Wanneer men daar aanwezig was, mocht men de naam van God niet uitspreken, want anders was het hele tafereel in één klap verdwenen.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
3.2 Vrijmetselaars
west-vlaams (o van houtland)
510
Omstreeks 1880
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Bulte Capron   
Naam Locatie in Tekst
Lichtervelde   
Plaats van Handelen
Ieper   
