Hoofdtekst
’t Waren hier ne keer twee vagebonden verdoold en ze wisten de weug niet meer, en ze gingen naar de pastorie en ze zeien dat er een berechtinge moste gedaan zin. "’t Es zukken slecht were, zei de paster, kan da morgen niet zin?" Maar ’t moste dien avond zin, ’t vrouwmens lag up sterven. "’k Ben ik een oude man", zei de paster, "ge gaat moeten meegaan", zei de paster, en ze gingen mee, langs klene wegelkes, maar de paster leidde ze oezwo niet verre van hulder huus, en oe ze bikan waren waar dat ze mosten zin, zeien ze tegen de paster: "We zin er nu", zeien ze, "ge meugt nu were gaan." Maar de paster pakte dat oezwo niet up; je zei daar entwodde, en je ging naar huus, en ’s anderdaags ging ne were, en die twee stonden daar nog, en ulder tonge hing up hulder ne buuk, ze stonden daar en trappelen, maar ze gingen niet vooruit; en ’t zweet liep van ulder, en de paster kwam erbij, en je zei: "Maakt dat dat niet meer gebeurt, of ge gaat meugen gaan voor de reste van joen dagen."
Onderwerp
SINSAG 0666 - Zauberer bannt an den Ort.   
Beschrijving
In Zillebeke waren twee vagebonden verdwaald geraakt. Ze gingen naar de pastoor en maakten hem wijs dat hij moest meekomen om de Laatste Sacramenten toe te dienen aan een vrouw die op sterven lag. "Ik ben al een oude man", antwoordde de pastoor, "jullie zullen moeten meegaan". De pastoor bracht de twee kerels naar huis. Toen ze bijna thuis waren, spraken de mannen: "We zijn nu thuis geraakt, je mag weer teruggaan". De pastoor toverde de twee jongens vast gaan de grond.
De volgende dag stonden ze er nog steeds. "Zorg dat dat niet meer gebeurt!" sprak de pastoor, en hij liet de jongens vertrekken.
De volgende dag stonden ze er nog steeds. "Zorg dat dat niet meer gebeurt!" sprak de pastoor, en hij liet de jongens vertrekken.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (ieper)
317
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Laatste Sacramenten   
Naam Locatie in Tekst
Zillebeke   
Plaats van Handelen
Zillebeke   
